PROJECT : GP251 ‘Herstellende bosbouw’
Het samenwerkingsverband Gp251 heeft als doel een biodiversiteitsimpuls te realiseren voor N2000 Brabantse wal Zuid.
Het samenwerken tussen verschillende eigendommen verspreid op de Brabantse wal moet leiden tot efficiënt maatwerk en verdere professionalisering van particulier natuurbeheer door te werken vanuit een gelijkaardige visie. Voor de ecologie, ‘de samenhang der dingen’, zal de samenwerking leiden tot sterkere ecologische verbindingen en betere afstemming in het realiseren van de uiteenlopende instandhoudingsdoelstellingen van het N2000-gebied.
Het samenwerken tussen verschillende eigendommen verspreid op de Brabantse wal moet leiden tot efficiënt maatwerk en verdere professionalisering van particulier natuurbeheer door te werken vanuit een gelijkaardige visie. Voor de ecologie, ‘de samenhang der dingen’, zal de samenwerking leiden tot sterkere ecologische verbindingen en betere afstemming in het realiseren van de uiteenlopende instandhoudingsdoelstellingen van het N2000-gebied.
Kerngedachten voor het omgaan voor behoud en versterking van de natuurwaarden:
1. Natuur is gebaat bij variatie en rust. Variatie ontstaat door dynamiek door natuurelementen (wind/water) of -geweld en/of menselijk handelen. Na dynamiek moet er beheersmatige rust zijn tot de gewenste effecten van de dynamiek weggeëbt zijn. Het natuurbeheertype en successiestadium zal het menselijk handelen bepalen qua intensiteit en frequentie.
2. Natuur is gebaat bij verbinding. Onderlinge relaties bovengronds en ondergronds, standvastig (boom, plant, schimmel) en vliegend, lopend, kruipend, zwemmend of drijvend. Lijnelementen in het landschap als beken, kanalen, lanen, bosranden zijn kansen om gebieden ecologisch aan elkaar te koppelen. Deze elementen versterken met vochtige biotopen, kruiden, struiken zal de biodiversiteit verduurzamen.
3. Natuur is gebaat bij verweving. Niet alleen denken in 1 bepaald natuurtype maar werken aan verschillende natuurtypes en successiestadia door en langs elkaar. In de bossen moet er gewerkt worden aan zowel verbindingen in en tussen bossen met oud, aftakelend en dood bos als gemengd bos. In lagere successiestadia als struweel, heide en ruigte zal gefaseerd gezaagd, gemaaid of begraasd moeten worden. Bestaande réfugia gebieden worden behouden en versterkt en zullen als stapstenen fungeren in de verbindingen tussen verschillende natuurgebieden.
4. Natuur is gebaat bij samenwerking eigenaren. Natuur stopt niet bij de grens, beheer dus ook niet. Voor behoud, onderhoud en gebruik van een eigendom zal regionaal gekeken moeten worden waar de bijzondere natuur en/of cultuurhistorische waarden liggen, waar ecologische kansen liggen en hoe recreatief medegebruik zich ingepast heeft. Het beheer kan dan op lokaal niveau hierop aangepast worden. Afstemming van grotere beheer zaken als houtoogst, beekherstel, laan verjonging en heide plaggen, is belangrijk voor rendabel beheer, publieke voorlichting en bevordering natuurherstel.
Het project ‘Herstellende bosbouw’ van Gp251 is gericht op: het verhogen van de weerbaarheid van het natuurlandschap tegen de stikstofdepositie en het versterken van de veerkracht voor het herstel van de aanwezige stikstofverzadiging in de van origine stikstofgelimiteerde natuur.
Uit de natuurdoelanalyse zijn vele knelpunten en wensen benoemd betreffende de habitattypes en vogel richtlijn soorten.
De volgende benoemde projectresultaten zijn gerelateerd aan het oplossen van deze knelpunten en invulling van de wensen.
- Verhoogde veerkracht en weerbaarheid N2000-gebied.
- Vitaal bos met een bepalende rol in het gehele gebied op het vlak van nutriëntenbeheersing en verhoging infiltratievermogen.
- Inleidend beheer tot vervolmaking van het bosecosysteem met een schimmelgestuurde strategie met als doel een continu bijdrage aan het herstel van het N2000-gebied door een groter bufferend vermogen, stikstof-immobilisatie en weerbaarheid tegen gevolgen van klimaatverandering als droogte, hitte en stortbuien.
- Vervolmaakt bos gelijkend op habitattype Beuken-Eikenbos met hulst als invulling Vogelrichtlijngebied.
- Bosecosysteem met beter ontwikkelde zelfreguleringsmechanismes..
- Verbeterde voedings- en vochthuishouding in de bodem met een grotere bufferende werking door verhoging organische stof en door inzet pionier soorten die temperatuurextremen temperen en relatieve luchtvochtigheid laten stijgen.
- Betere groeiplaatsomstandigheden voor climax soorten door aanplant dan wel vrijstellen jonge pioniers soorten. Deze bewerkstelligen een snelle overdracht van voedingsstoffen voor kruidvegetatie, bosfauna en bodemleven.
- Boslandschap minder droogte- en stikstofgevoelig door toename schimmels (mycorrhiza en saprotroof) behorend tot een EcM-bosgemeenschap.
- Afname vergrassing in de bossen door toename verloofing van berk.
- Hogere kwaliteit fourageer- en schuilgebieden door meer voedsel (torren, mieren, wespen) en gevarieerder naald/loofbos.
- Geschakeerd landschap waarbij habitattypen elkaar versterken.
- Verbetering leefgebied van zwarte specht, wespendief en nachtzwaluw. Verbetering habitattypen en leefgebieden drijvende waterweegbree, dodaars en kamsalamander.
- Verbindingen tussen verschillende eigendommen en habitattypes voor plant, dier en schimmels.
- (Interne) bosranden op overgangen habitattypen voor afvangen stikstof, opnemen vrij stikstof, verkoeling en meer nectar.
- Verhoging hoeveelheid infiltratie hemelwater en opbolling hangwaterprofielen.
- Verbetering kwaliteit grondwater.
- Verkoeling op landschapsschaal; dempen hittepieken, opvangen vochtige aanlandige wind en breken droge warme aflandige wind.
- Refugia/vluchtoorden in bossen voor plant en dier bij extreme weeromstandigheden.
- Uitgebreider en sterker voedselweb door in elkaar overgaande fourageer- en schuilgebieden.
- Continuïteit in aanvulling dun en dik dood hout.
- Teruggedrongen dominantie rododendron en verspreidingsgevaar Amerikaanse vogelkers.
- Behoud open en/of lager gelegen habitats.
- Intensiever beheer gericht op het voorkomen verlies leefgebieden dodaar, kamsalamander en drijvende waterweegbree.
- Teruggedrongen dominantie pijpenstro en verbossing door drukbegrazing.
- Teruggedrongen dominantie riet, lisdodde en gele lis door maaibeheer onder water.
- Refugia vochtige biotoop / potentiële natte heide door plaggen Achtermeer en aanbrengen leemlaag op geringe oppervlakte.
- Meer betrokkenheid van en samenwerking met particulier kleinschalig bosbezit.
- Koppeling gebiedskennis en met verdiepte ecologische kennis gericht op de bijzondere omstandigheden op de Brabantse Wal.
- Voorbeelden voor beheer Vogelrichtlijngebied als stimulans particuliere natuurbeheerders.
- Bewustwoording bij eigenaren dat achterlaten hout, schimmelgestuurd beheer een juiste investering is voor de toekomst.